Voorjaarsreis Zuid-Limburg, een impressie

Laatst bijgewerkt: 8 juli 2016 om 06:40 uur

Zuid-Limburg : land van heuvels, land van vlaaien, land van de zachte G, land van het Bourgondische leven. De voorjaarsreis biedt een mooie gelegenheid om dit aan den lijve te ervaren en wie kunnen ons beter aan de hand nemen dan de geboren en getogen Limburgers Ine en Ad Boonman.

Bij aankomst op de over het Limburgse land uitkijkende terrassencamping Cottesserhoeve, gelegen op het randje van Nederland en België, verwelkomen Ine en Ad ons hartelijk met koffie en koek. Onze reisgenoten zijn doorgewinterde NCRV-kampeerders. De meesten kennen elkaar van een eerdere reis en het lijkt of we op een familiereünie zijn beland.
Even later zien we dat je als reisleider van alle markten thuis moet zijn, want Ad blaast een weerbarstige koelkast met een compressor nieuw leven in, staat stand-by bij een wielkeg, die tussen band en onderstel is geraakt, sleutelt aan een neuswiel van een caravan en ontvangt in de tussentijd ook nog nieuwe gasten.
Dan is het moment voor de echte kennismaking aangebroken en tijdens de welkomstmaaltijd komen de tongen goed los. Overigens fijn dat we als groep de gehele reis de beschikking over een eigen ruimte (verder 'honk' genoemd) hebben. Het programma voor de komende 11 dagen wordt nog eens doorgenomen. Op papier zag het er al goed uit, maar in het echie wordt het nog beter. Leuk dat er 'vers bloed' is met Anja en Harry Noor als aspirant reisleiders.

De volgende dag direct al een heel gevarieerd programma. We gaan in de morgenuren naar de Stroopfabriek Canisius Hensen in Schinnen waar we na een film een 'kijkje in de keuken' krijgen. Boeiend om te zien hoe de lege potjes in een vulmachine in hoog tempo tot het randje met appelstroop worden gevuld, automatisch worden verpakt en op pallets voor verzending worden gezet. Oh ja ik vergat bijna nog te vermelden, dat de groep bij de koffie de eerste Limburgse vlaai met smaak heeft verorberd.
Daarna richting Hoensbroek om het kasteel van de voormalige graaf Hoen te bezoeken. Interessant om te horen, dat het gebied destijds behoorde tot het domein van de hertogen van Bourgondië en dat je in deze regio grensoverschrijdend kan communiceren in een mengelmoes van Duits, Nederlands en Frans.
In de middag gaan we een balletje opgooien in het Boulodrome in Heerlen. Leden van de plaatstelijke jeu de boulesclub geven uitleg over de spelregels, waarna de liefhebbers onder ons zelf aan de slag kunnen. Hoewel ieder zegt dat het om het spel gaat en niet om de knikkers wordt er toch fanatiek, maar zeer sportief om de hoogste eer gestreden en het mag geen verrassing heten dat de beste heeft gewonnen.

Na een verkwikkende nachtrust vroeg uit de veren, want op naar Maastricht. Onderweg bezoeken we ter hoogte van het bekende restaurant Neercanne eerst de Jezuïetenberg. Nooit van gehoord, maar een ontdekkingsreis waard. Paters Jezuïeten uit Maastricht hebben in hun spaarzame vrije tijd in het gangenstelsel van de groeve tal van kunstwerken in houtskool gemaakt. Ook is er een kleine versie van het Alhambra te zien, maar ook afbeeldingen van de Tjechische Karpaten en vele andere wandschilderingen en beeldhouwwerken. Dan op naar Maastricht om in stralende zon op een terrasje neer te strijken. Met zicht op de Maas heerlijk even mensen kijken, maar niet te lang want het Vrijthof met de Sint Servaaskerk en het Onze Lieve Vrouwenplein willen we ook 'life' zien. Met het op zonne-energie aangedreven treintje maken we een rondrit langs alle hoogtepunten van Maastricht. Het behoeft geen betoog dat het velen van ons zichtbaar moeite kost om afscheid van deze heerlijke Bourgondische stad te nemen.

Na alle ervaringen van de eerste dagen komt 'de vrijdag als vrije dag' als geroepen. Overdag even je eigen ding doen en in de avonduren in ons honk genieten van een interessante lezing met diavertoning van een wandeltocht langs de Geul. De bevlogen en bewogen verteller Servé Robroek (bestaat er een meer Limburgse voornaam?) kan niet nalaten ons er bij herhaling op te wijzen hoe 'sjoen dit stukske Limburg' is.

De nachten kunnen koud zijn, schreven Ine en Ad in hun welkomstbrief. Wel daar hebben ze niets teveel mee gezegd, want vannacht vorst en niet alleen aan de grond, maar ook ver er boven. Witte daken op caravans, campers en auto's. Om rustig op gang te komen en te ontdooien, begint het programma vandaag tegen het middaguur. Zoals inmiddels gebruikelijk gaan we al carpoolend naar het 3-landenpunt in Vaals. Daar omarmen Nederland, Duitsland en België elkaar. Ad vertelt dat tot het einde van WOI er nog een 4e partij was, namelijk het staatje Moresnet.
Na deze verkenningstocht laten we ons bij Kasteel Bloemendal de koffie met vlaai prima smaken. Met gids Ad wandelen we door Oud-Vaals waarbij we onderweg een bezoek brengen aan de glasblazerij van meester-glasblazer Geraldo Cardinale. Hij weet ons te raken met zijn humoristische verteltrant en de prachtige kleurrijke kunstwerken, die hij 'uit zijn mond' blaast. De avond wordt in het honk besloten met een onvervalste wijnproeverij met Ad op zijn best. Hij laat ons vijf Franse wijnen proeven, waarbij we eerst de wijn leren ruiken, vervolgens laten walsen om het bouquet los te laten komen en dan te kijken of de wijn hangt of traant. Dan heel voorzichtig het eerste slokje in de mond laten walsen en genieten. Ja mensen met een wijntje en de nodige hapjes wordt het een onvergetelijke avond.

De zondag heeft bij NCRV Kampeerreizen terecht een bijzonder karakter, maar de viering in het kleine schilderachtige Protestantse Kerkje van 1631 in Vaals maakte van deze zondag een wel heel bijzondere. De jonge dominee gaat voor in een gemengd Duits-Nederlandse dienst, die wordt omlijst door een Duits-Nederlands koor dat met muzikale ondersteuning enkele cantates van Bach ten gehore brengt. Dienst, zang en entourage bezorgen menigeen kippenvelmomenten. Daarna in het honk gezellig koffie met uiteraard een flinke vlaaipunt. Dat de geplande pannenkoekenbakkerij er door minder goed weer bij inschiet en wordt vervangen door een koffieavond 'plus' blijkt een prima zet te zijn.

Ongemerkt zijn we zijn al over de helft van ons voorjaarskamp en we maken deze maandag een busexcursie naar Aachen (in goed Nederlands ook wel bekend als Aken). Onder voor de tijd van het jaar bar koude weersomstandigheden verwelkomt gids Paul de Wit ons in het centrum. Uit zijn enorme rugzak tovert hij voor ieder een broodje en chocolademelk te voorschijn met als toetje een fors uit de kluiten gewassen bonbon. Met grote kennis van zaken brengt voormalig geschiedenisleraar Paul ons terug in de tijd van Karel de Grote. Hij laat ons ook kennismaken met de 'Aachner Printen' een taai taai-achtige plaatselijke lekkernij. Uiteraard wandelen we door de prachtige Domkerk waar de ook letterlijk grote Karel werd gekroond en in zijn crypte ligt. Het historische Gotische stadhuis met de prachtige beschilderingen van historische figuren is de volgende verrassing. Bibberend van de kou en nat van de regen trakteert gids Paul ons om op te warmen op een flesje onvervalste schnaps. Het prachtige bezoek aan Aachen wordt met een etentje geheel in stijl afgerond.

Na alle belevenissen komt de tweede rustdag als geroepen. In het honk vertoont Ad 's avonds de film 'Van Kolen en kompels' over het werk in de Limburgse mijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Wat is er zwaar werk door de mijnwerkers verzet om bij ons de kachel brandend te houden.

Ongemerkt zijn we op de voorlaatste dag van deze reis gekomen en trekken we besneeuwd België in om in de steenkolenmijn van Blegny af te dalen. Dit Unesco werelderfgoed maakt het werken en leven in de mijnen tastbaar. We gaan met een lift zo'n 70 meter naar beneden en horen van een voormalige mijnwerker spannende, maar ook verdrietige verhalen van omgekomen collega's. In warmte en vocht hakten deze mannen onder gevaarlijke en slechte arbeidsomstandigheden de kooltjes uit de mijn.

De laatste reisdag is aangebroken en dat wordt een topdag. De patiënt 'het weer' is aan de beterende hand en zo komen we aan bij de Catharinakapel in Oud-Lemiers. Bij dit oude zaalkerkje wacht de gids ons buiten al op. Hij waarschuwt, dat we bij binnenkomst een cultuurshock zullen ondergaan. Niets teveel gezegd: als we de drempel overgaan, worden we ondergedompeld in een 'kakofonie van kleuren' en kunnen we maar moeilijk ontdekken wat we eigenlijk zien. De toelichting maakt dat we op een andere manier naar deze beschilderingen kijken. Het scheppingsverhaal en de hemelvaart van Jezus zijn door kunstenaar Hans Truijen in Cobrastijl uitgebeeld. Mensen in een woord subliem en een aanrader.
Dan op naar het dorpje Wahlwiller ook wel bekend als het wijndorp van Nederland. Er zijn inmiddels heel wat wijnboeren in het zuiden van Limburg te vinden, die heerlijke wijnen maken. Het is nog te vroeg voor een proeverij, maar wel tijd voor een voortreffelijke kop koffie met misschien wel de lekkerste vlaai van deze reis. Smullen geblazen.
In de plaatselijke middeleeuwse H. Cunibertuskerk krijgen we de volgende bijzondere beschilderingen te zien. De van geboorte Rotterdamse schilder Aad de Haas heeft hier aan de gebruikelijke 14 staties 2 extra exemplaren toegevoegd en weet door de kleuren van de wanden in het kerkje een bijzondere sfeer te scheppen. Deze groengele wanden symboliseren zowel het licht van Pasen als de kleur van Palmpasen. Ook dit kerkje is een bezoek meer dan waard.
Dan is het tijd om op te ruimen en met weemoed naar het honk voor de afscheidsavond te gaan. De avond wordt geheel in stijl met een overdadige dis, muziek en luim gelardeerd.

Reisgenoten dank jullie wel voor alle interessante gesprekken en gezelligheid en Anja en Harry jullie zijn wat mij aangaat geslaagd voor jullie 'examen' als reisleider. Tot slot 'lest best': Ine en Ad bedankt voor deze veelzijdige reis, die jullie tot in de puntjes hebben verzorgd. Ondanks de koude weersomstandigheden was het hartverwarmend !!!


Max van de Griek
mei 2016